|
SURINAME
ONGEVALLENREGELING
1947 No. 145
GOUVERNEMENTSBLAD van SURINAME
Landsverordening van 10 September 1947, houdende vaststelling van de verplichtingverplichting van de werkgeverwerkgever tot en van de aanspraken van de in bepaalde bedrijven door enig ongevalongeval of enige beroepsziekteberoepsziekte getroffen werknemerwerknemer op schadeloosstellingschadeloosstelling, zoals gewijzigd en aangevuld bij G.B. 1949 no. 90 en 98; G.B. 1950 no. 62 en G.B. 1975 no. 164d.
IN NAAM DER KONINGIN ! DE GOUVERNEUR VAN SURINAME
In overwegende genomen hebbende, dat het wenselijk is regelen te stellen ten aanzien van de verplichtingverplichting des werkgeverswerkgevers tot uitkering van schadeloosstellingschadeloosstelling aan de werknemerwerknemer, die in bepaalde bedrijven door enig ongevalongeval of enige beroepsziekteberoepsziekte getroffen is en van diens aanspraken op uitkering daarvan;
Heeft, de Raad van Bestuur gehoord, na verkregen goedkeuring der Staten, vastgesteld onderstaande Landsverordening;
Inleidende Bepalingen
Artikel 1 (Gewijzigd blz G.B. 1975 no. 164d) In deze Landsverordening wordt verstaan onder:
1. Onderneming: een ondernemingonderneming, waarin een uitkeringsplichtiguitkeringsplichtig bedrijfbedrijf wordt uitgeoefend;
2. UitkeringsplichtigUitkeringsplichtig bedrijfbedrijf: ieder bedrijf, uitgeoefend in een ondernemingonderneming voor zover het niet bij deze Landsverordening van de uitkeringsplicht is vrijgesteld.
Voor de toepassing van de Landsverordening wordt met een ondernemingonderneming gelijkgesteld:
a. inrichtingen tot het verplegen van zieken;
b. inrichtingen of takken van dienst onder beheer van de Overheid of enig publiekrechtelijkpubliekrechtelijk lichaam, van rechtspersonenrechtspersonen, voorzover aldaar werkzaamhedenwerkzaamheden plegen voor te komen, als in een ondernemingonderneming plegen te worden verricht;
c. de uitoefening van een vrij beroepberoep en kantoren van rechtspersonenrechtspersonen;
d. het uitvoeren in eigen beheer van de bouw, de aanleg, de verbouwingverbouwing, de herstellingherstelling of de slopingsloping van gebouwen of bouwwerkenbouwwerken.
3. Werkgever: ieder natuurlijk of rechtspersoonrechtspersoon, die anderen in zijn dienst heeft voor de uitoefening van een uitkeringsplichtiguitkeringsplichtig bedrijfbedrijf.
Voor de toepassing dezer Landsverordening wordt voor zoveel betreft de werkgeverwerkgever, die zijn bedrijfbedrijf in Suriname uitoefent, doch wiens ondernemingonderneming buiten Suriname gevestigd is, naast de werkgever diens vertegenwoordigervertegenwoordiger of agentagent in Suriname alszodanig aangemerkt.
De Regering van Suriname, alsmede vreemde mogendheden of volkenrechtelijke organisatiesvolkenrechtelijke organisaties, welke hier te lande vertegenwoordigd zijn, worden, indien zij werkzaamhedenwerkzaamheden in eigen beheer doen verrichten, welke overeenkomen met die in een uitkeringsplichtiguitkeringsplichtig bedrijfbedrijf, ten aanzien van die werkzaamheden als werkgeverwerkgever beschouwd.
4. Werknemer: ieder, die in dienst van een werkgeverwerkgever, als bedoeld in het derde lid, tegen loonloon werkzaamwerkzaam is; als werknemerswerknemers worden mede beschouwd volontairsvolontairs, leerlingen en dergelijke personen.
Voor de toepassing dezer Landsverordening wordt met als werknemerswerknemers beschouwd thuiswerkersthuiswerkers, behalve zij, die arbeiden met bij besluitbesluit van de GouverneurGouverneur als gevaarlijkgevaarlijk te beschouwen stoffen, evenmin de oudersouders, echtgenote en inwonende kinderenkinderen van de werkgeverwerkgever, die uitsluitend voor zijn rekeningrekening arbeidarbeid verrichten.
5. Loon: elke vergoeding, welke de werknemerwerknemer voor zijn arbeidarbeid van de werkgeverwerkgever ontvangt, uitgezonderd overwerkgelden en vergoedingen voor het tijdelijk verrichten van werkzaamhedenwerkzaamheden buiten zijn gewone arbeid.
Indien het loonloon, geheel of gedeeltelijk, bestaat in huisvesting, verstrekkingen in naturanatura of in beide, wordt de geldswaardegeldswaarde daarvan geschat.
Voor de toepassing dezer Landsverordening gelden als loonloon tevens fooienfooien of andere ontvangsten van derden, welke verband houden met ten behoeve van de werkgeverwerkgever verrichte arbeidarbeid, en die door de werkgever ontvangen en verrekend worden.
Ten aanzien van volontairsvolontairs, leerlingen en dergelijke personen wordt als loonloon aangenomen, het minimumloonminimumloon, dat een betaalde werknemerwerknemer in hetzelfde bedrijfbedrijf voor dezelfde, of voor nagenoeg dezelfde, werkzaamhedenwerkzaamheden geniet.
6. Dagloon: het loonloon, dat de werknemerwerknemer, toen het ongevalongeval hem trof, gemiddeld per dag verdiende in de ondernemingonderneming, waarin het ongeval plaats vond.
Het loonloon per dag wordt vastgesteld:
a.door het uurloon te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal werkuren per week van de betrokken werknemerwerknemer en het verkregen produkt te delen door 6 of 5;
b.door het weekloon te delen door 6 of 5;
c.door het maandloon te delen door 25 of 20; afhankelijk, of op de werknemerwerknemer respektievelijk van toepassing is, de zesdaagse of vijfdaagse werkweek.
Indien de werknemerwerknemer slechts bij tussenpozen in de ondernemingonderneming werkzaamwerkzaam is, wordt het dagloon geacht gelijk te zijn aan hetgeen soortgelijke werknemerswerknemers gedurende een jaar gemiddeld plegen te verdienen, gedeeld door 300 of 240, afhankelijk of op de werknemer respektievelijk de zesdaagse of vijfdaagse werkweek van toepassing is.
7. Minister: de Minister van Arbeid en Volkshuisvesting.
Artikel 2 1. Degene, die persoonlijk in aangenomen werk arbeidarbeid verricht,
a. welke verband houdt met het in de ondernemingonderneming van degene, van wie het werk is aangenomen, uitgeoefend uitkeringsplichtiguitkeringsplichtig bedrijfbedrijf, of
b. ten aanzien waarvan degene van wie het werk is aangenomen, krachtens deze Verordening geacht zou worden een uitkeringsplichtiguitkeringsplichtig bedrijfbedrijf uit te oefenen, indien die arbeidarbeid in loondienst werd verricht, wordt, indien hij niet aangemerkt kan worden zelf een uitkeringsplichtig bedrijf uit te oefenen, voor de toepassing van deze Verordening geacht deze arbeid te verrichten in dienst van degene van wie het werk is aangenomen. Deze laatste wordt voor de toepassing dezer Verordening als werkgeverwerkgever beschouwd. Hetgeen voor de verrichting van die arbeid wordt genoten, wordt als loonloon in de zin dezer Verordening beschouwd.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde persoon zich bij het verrichten van de arbeidarbeid laat bijstaan door andere personen, worden ook deze andere personen voor de toepassing van deze Verordening beschouwd hun arbeid te verrichten in dienst van de in het eerste lid bedoelde werkgeverwerkgever. Hetgeen voor de gezamenlijk verrichtte arbeid wordt genoten, wordt, voorzover niet blijkt van een andere verdeling, geacht door ieder der genen, die de arbeid hebben verricht, voor een gelijk deel te zijn genoten.
Artikel 3 1. De bepalingenbepalingen dezer Verordening zijn ook van toepassing:
a. op de werkgeverwerkgever, wiens ondernemingonderneming in Suriname gevestigd is, voor zoveel hij zijn bedrijfbedrijf in het buitenland uitoefent, ten aanzien van de werknemerwerknemer, die hij daarvoor gebruikt, zo deze zijn woonplaats in Suriname heeft;
b. op de onder a. bedoelde werknemerwerknemer, die in het buitenland door een ongevalongeval wordt getroffen, in verband met zijn dienstbetrekkingdienstbetrekking (Gewijzigd bij G.B. 1975 no.164d.)
2. Indien de onder b. van het eerste lid bedoelde werknemerwerknemer, dan wel diens nagelaten betrekkingen rechten zou (zouden) kunnen ontlenen, zowel aan het bij deze Verordening bepaalde als aan een buitenlandse wettelijke ongevallenregelingongevallenregeling, heeft hij (hebben zij) de keus tussen de rechten uit de ene of de andere regeling. Deze keus moet door hem (hen) binnen drie maanden na het ongevalongeval (overlijden) ter kennis van de werkgeverwerkgever worden gebracht, bij gebreke waarvan de in Suriname geldende regeling van toepassing is (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d.) . 3. Op een werknemerwerknemer of diens nagelaten betrekkingen, die een uitkering geniet (genieten) krachtens een buitenlandse ongevallenregelingongevallenregeling, is het bij deze Verordening bepaalde niet van toepassing.
Uitkeringsplicht
Artikel 4 1 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d.). De werkgeverwerkgever is tot schadeloosstellingschadeloosstelling verplicht als nader bij artikel 6 omschreven:
a. jegens de werknemerwerknemer, indien hem, in verband met zijn dienstbetrekkingdienstbetrekking een ongevalongeval overkomt, waarbij met ongeval wordt gelijkgesteld, letselletsel in een betrekkelijk korte tijd ontstaan. Als zodanig wordt niet beschouwd een ongeval hem overkomen als rechtstreeks gevolg van gewelddadighedengewelddadigheden in een gewapend konflikt, waarin Suriname al of niet als partij is betrokken of betrokken is geweest.
b. jegens de nagelaten betrekkingen van de werknemerwerknemer, die tengevolge van een hem overkomen ongevalongeval onder a. omschreven, is overleden, indien de werknemer hun kostwinnerkostwinner was.
2. Geen schadeloosstellingschadeloosstelling is verschuldigd, indien het ongevalongeval aan opzetopzet van de werknemerwerknemer te wijten is.
3. De schadeloosstellingschadeloosstelling kan op vordering van de werkgeverwerkgever door de rechterrechter op een lager bedrag worden vastgesteld, indien het ongevalongeval aan grove schuldschuld van de werknemerwerknemer te wijten is.
4. Geen schadeloosstellingschadeloosstelling is verschuldigd, indien het ongevalongeval te wijten is aan dronkenschapdronkenschap van, of het gebruikgebruik van bedwelmendebedwelmende middelen door de werknemerwerknemer, mits de werkgeverwerkgever aannemelijk maakt, dat hij, of degene, die hem vertegenwoordigt, geen kennis droeg van de dronkenschap of van het feitfeit, dat de werknemer onder invloed verkeerde van bedwelmende middelen.
5. Jegens degene der nagelaten betrekkingen, die het aan de werknemerwerknemer overkomen ongevalongeval opzettelijk of onder de invloed van sterke drank of bedwelmendebedwelmende middelen heeft veroorzaakt, is de werkgeverwerkgever tot generlei schadeloosstellingschadeloosstelling verplicht.
Uitkeringsplichtige Bedrijven
Artikel 5 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d.) en (N.B. op blz. 19 t/m 21) Uitkeringsplichtig zijn alle bedrijven, met dien verstande dat t.a.v. de bedrijven van landbouwlandbouw, veehouderijveehouderij, tuinbouwtuinbouw en bosbouwbosbouw nadere regelen bij besluitbesluit van de GouverneurGouverneur kunnen worden gesteld.
Schadeloosstelling
Artikel 6 (Gewijzigd bi.j G.B. 1975 no. 164d)
1. De schadeloosstellingschadeloosstelling wordt onafhankelijk van de voortzetting der dienstbetrekkingdienstbetrekking genoten en bestaat uit:
a. geneeskundigegeneeskundige behandelinggeneeskundige behandeling en verplegingverpleging, genees- en verbandmiddelenverbandmiddelen en vervoer in verband met het ongevalongeval, zulks totdat de kennisgevingkennisgeving, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, is uitgereikt en volgens nader bij besluitbesluit van de GouverneurGouverneur vast te stellen regelen en tarieventarieven;
b. begrafeniskostenbegrafeniskosten in geval van overlijden van de werknemerwerknemer tengevolge van het ongevalongeval, tot een bedrag van dertigmaal het dagloon, met een minimum van F 250, en een maximum van F. 400,-;
c. een uitkering in geld, berekend naar het dagloon van de werknemerwerknemer, met dien verstande dat, wanneer het dagloon meer dan F 20, bedraagt, het meerdere voor de vaststelling der uitkering niet in aanmerking komt;
d. de uitkering wordt genoten over iedere dag - uitgezonderd de wekelijkse rustdagen gedurende welke de gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid duurt, met dien verstande dat de uitkering ingaat op de dag, na het ongevalongeval en dat geen recht op uitkering bestaat, wanneer de arbeidsongeschiktheid, te rekenen van de dag na het ongeval, niet tenminste twee volle dagen heeft geduurd.
2. De uitkering in geld, in het eerste lid, sub c. bedoeld, bedraagt voor de werknemerwerknemer, bedoeld in artikel 4, eerste lid sub a.:
- bij tijdelijke of blijvende gehele arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid 80% van zijn dagloon;
- bij tijdelijke of blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid, een in verhouding tot de verloren geschiktheid tot werken staand deel van 80% van het dagloon, waarbij als maatstaf de volgende invaliditeitspercentages gelden: bij verlies van:
beide ogenogen 100% een oog 30% het gehoorvermogengehoorvermogen van beide oren 40% het gehoorvermogengehoorvermogen van een oor 10% een been 55% een voet 50% een der grote tenen 5% een der andere tenen 3%
bij rechtse
personen: de rechterarm vanaf het schoudergewricht 75% de linkerarm vanaf het schoudergewricht 70% de rechterarm vanaf of boven het ellebooggewricht 65% de linkerarm vanaf of boven het ellebooggewricht 60% de rechterhand vanaf of boven het polsgewricht 60% de linkerhand vanaf of boven het polsgewricht 55% een duim der rechterhand 20% een duim der linkerhand 18% de wijsvinger der rechterhand 15% de wijsvinger der linkerhand 12% een der andere vingers van de rechterhand 8% een der andere vingers van de linkerhand 6%
Voor de linkse personen worden bij verlies van een arm, hand of vinger de aanduidingen "rechterrechter" en "linker" in bovenstaande tabel verwisseld.
Bij gelijktijdig verlies van verschillende lichaamsdelen hierboven vermeld, worden de desbetreffende percentages bij elkaar opgeteld, doch slechts tot een maximum van 100%. Bij verlamming van een der ledematen en in alle gevallen, waarin bovenstaande percentages geen toepassing kunnen vinden, dan wel naar het oordeel van partijen, of van een der partijen niet van toepassing zijn, zal, indien partijen niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent het percentage der arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid, de vaststelling daarvan op verzoekverzoek van de meest gerede partij geschieden door een door de GouverneurGouverneur te benoemen Commissie, met dien verstande, dat voor verlies of onbruikbaarheid van enig lichaamsdeel nooit een hoger percentage van arbeidsongeschiktheid mag worden vastgesteld, dan het in vorenstaande tabel voor het verlies van het betrokken lichaamsdeel aangegeven invaliditeitspercentageinvaliditeitspercentage.
3. Bij overlijden van de werknemerwerknemer tengevolge van het ongevalongeval hebben zijn nagelaten betrekkingen te weten: de vrouw met wie hij ten tijde van het ongeval gehuwd was, of van wie hij gescheiden was, doch in wier levensonderhoudlevensonderhoud hij moest voorzien, de wettige, gewettigde of ten tijde van het ongeval erkende natuurlijke kinderenkinderen en de oudersouders, indien hij hun kostwinnerkostwinner was, te rekenen van de dag na die van het overlijden, recht op een uitkering per dag:
a. de vrouw tot haar opvolgend huwelijkhuwelijk, ten bedrage van 25 % van het dagloon van de overledene;
b. elk kind, tot en met de dag voor het zijn zestiendejaarzestiendejaar heeft bereikt, mits, ongehuwd, ten bedrage van 7½ % van het dagloon en, indien het ouderloos is of wordt, van 12½ % van het dagloon;
c. de oudersouders, bedragende zoveel als de overledene in de regel tot hun levensonderhoudlevensonderhoud bijdroeg, doch niet meer dan 25% van het dagloon en wel tot de dood van de langstlevende.
De uitkering per dag aan de nagelaten betrekkingen zullen tezamen niet meer bedragen dan 50% van het dagloon van de overledene, met dien verstande, dat de oudersouders alleen een uitkering zullen ontvangen, indien de personen, bedoeld onder a. en b. hun volle uitkering hebben ontvangen en dat, indien de vrouw en de kinderenkinderen tezamen c.q. de kinderen op een hogere uitkering dan 50% van dat loonloon recht zouden hebben, de uitkering, waarop ieder recht zou hebben, een evenredige vermindering zal ondergaan.
Indien de onder a. bedoelde vrouw een nieuw huwelijkhuwelijk aangaat, ontvangt zij een bedrag ineens van tweemaal haar uitkering over een jaar.
Onder "de vrouw met wie hij ten tijde van het ongevalongeval gehuwd was", wordt mede begrepen de moeder van de erkende natuurlijke kinderenkinderen, voor zover zij op het tijdstip van het ongeval tot het gezin van de man behoort. Zij ontvangt een uitkering, gelijk aan dat van de gehuwde vrouwgehuwde vrouw en onder dezelfde bepalingenbepalingen.
4. Blijft de invalideinvalide werknemerwerknemer in dienstdienst van de werkgeverwerkgever tegen het vroegere loonloon, dan wordt de uitkering gedurende de tijd dier dienstbetrekkingdienstbetrekking opgeschort. Blijft hij in dienst tegen een lager loonloon, dan wordt de uitkering gedurende de tijd dier dienstbetrekking verminderd met het bedrag, waarmede loon of pensioenpensioen en uitkering samen het vroegere loon zouden te boven gaan. Een en ander vindt overeenkomstig toepassing, indien de werknemerwerknemer na het ongevalongeval bij een andere werkgever betaalde arbeidarbeid verricht.
5. De uitkeringenuitkeringen hierboven bedoeld, geschieden op de tijdstippen en ter plaatse, als gebruikelijk voor de uitbetaling van het loonloon, aan de tot uitkeringen gerechtigden of hun gemachtigden en zoveel betreft de kinderenkinderen, bedoeld in het derde lid, sub b., aan de voogdvoogd (es).
6. De uitkering kan, ter uitsluitende beoordeling van de in artikel 18, tweede lid, bedoelde Commissie, onder te stellen voorwaardenvoorwaarden, worden omgezet in een uitkering ineens, indien de uitkeringsgerechtigdeuitkeringsgerechtigde daartoe het verzoekverzoek heeft gedaan.
Bij het stellen van een voorwaarde dient de Commissie het belangbelang van de uitkeringsgerechtigdeuitkeringsgerechtigde in acht te nemen.
Een weigeringweigering dient door de Commissie met redenen te worden omkleed.
Bij blijvende gehele arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid wordt voor de berekening van de uitkering ineens het dagloon vermenigvuldigd met de vermenigvuldigingsfaktorvermenigvuldigingsfaktor, zoals hieronder is vastgesteld:
leeftijd van
de werknemer
c.q. diens
nagelaten betrekking: vermenigvuldigingsfaktor:
beneden 20 jaar 1872 van 20 jaar tot 25 jaar 1684 van 25 jaar tot 30 jaar 1498 van 30 jaar tot 35 jaar 1310 van 35 jaar tot 40 jaar 1124 van 40 jaar en ouder 936
De hierboven vermelde leeftijden hebben betrekking: a. voor wat de werknemerwerknemer betreft, op het tijdstip waarop het invaliditeitspercentageinvaliditeitspercentage door de behandelende geneesheergeneesheer is vastgesteld;
b. voor wat de nagelaten betrekkingen betreft, op het tijdstip van overlijden van de werknemerwerknemer, als gevolg van het ongevalongeval.
Bij blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid wordt voor de berekening van de uitkering ineens de volgende formule toegepast:
U = ( I : 100 ) x v x l, Waarin U = de uitkering ineens i = het invaliditeitspercentageinvaliditeitspercentage v = de desbetreffende vermenigvuldigingsfaktorvermenigvuldigingsfaktor I
= het dagloon van de werknemerwerknemer
Bij overlijden van een werknemerwerknemer tengevolge van het ongevalongeval wordt, voor de berekening van de uitkering ineens aan de nagelaten betrekkingen de volgende formule in acht genomen:
U = r x v x I, Waarin U = de uitkering ineens aan de betrokken nagelaten betrekking r = het deel van de betrokkene in de totale uitkering aan de nagelaten betrekking v = de vermenigvuldigingsfaktorvermenigvuldigingsfaktor behorende bij de betrokken nagelaten betrekking I = het dagloon van de overleden werknemerwerknemer.
De uitkering ineens aan de wettige, gewettigde of ten tijde van het ongevalongeval natuurlijke erkende kinderenkinderen van de werknemerwerknemer, zal evenwel niet meer mogen bedragen dan het betrokken kind in totaal aan periodiekeperiodieke uitkeringenuitkeringen zou hebben ontvangen tot en met een dag v66r het zijn zestiende jaar zou hebben bereikt. De uitkeringenuitkeringen ineens, behalve die aan de vrouw bij hertrouwen, worden, indien periodiekeperiodieke uitkeringen, voortvloeiend uit hetzelfde ongevalongeval hebben plaats gehad na vaststelling van het invaliditeitspercentageinvaliditeitspercentage, met het totaal bedrag van die periodieke uitkeringen venninderd.
Van de uitkeringenuitkeringen ineens wordt in het ongevallenregisterongevallenregister, bedoeld in artikel 16, aantekening gehouden binnen een week na uitbetaling daarvan.
7. De periodiekeperiodieke uitkeringenuitkeringen kunnen, in afwijking van het bepaalde in de eerste alinea van het zesde lid, op verzoekverzoek van de werkgeverwerkgever, of de werknemerwerknemer c.q. diens nagelaten betrekkingen, te allen tijde worden omgezet in een uitkering ineens, indien:
a.het invaliditeitspercentageinvaliditeitspercentage niet hoger is dan 30 %;
b.de periodiekeperiodieke uitkering minder dan F 10, per week bedraagt en
c.de uitkeringsgerechtigdeuitkeringsgerechtigde op het tijdstip van het ongevalongeval de leeftijd van 50 jaar nog niet had bereikt.
8 (Zoals gewijzigd bij Decreet E-38 van 20/1/1983 (S.B. 1983, no. 8) ).
a. De periodiekeperiodieke uitkeringenuitkeringen kunnen, in afwijking van het bepaalde in de eerste alinea van het zesde lid van dit artikel, op verzoekverzoek van de werknemerwerknemer worden omgezet in een uitkering ineens, indien hij, voordat de in artikel 7, lid 1 bedoelde termijntermijn van 3 jaar is verstreken, ten genoegen van het Hoofd der ArbeidsinspektieHoofd der Arbeidsinspektie heeft aangetoond Suriname metterwoon te zullen verlaten.
b. Indien een uitkering ineens is geschied, en de werknemerwerknemer Suriname metterwoon heeft verlaten, kan de vordering tot herziening wegens een hogere ongeschiktheidsgraadongeschiktheidsgraad dan eerder aangenomen werd, als bedoeld in artikel 7 lid 1, slechts binnen Suriname worden ingesteld.
9. Ten aanzien van volontairsvolontairs, leerlingen en dergelijke personen, als bedoeld in Artikel 1, is de uitkering in sub c. van het eerste lid van dit artikel bedoeld, alleen verschuldigd, ingeval van blijvende, gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid.
10. Onder geneeskundigegeneeskundige behandelinggeneeskundige behandeling en verplegingverpleging wordt verstaan:
- a.het geneeskundigegeneeskundige onderzoekonderzoek van de patiënt;
- b.geneeskundigegeneeskundige behandelinggeneeskundige behandeling in haar volle omvang;
- c.verplegingverpleging en observatie, zo nodig in een daartoe geschikte ziekeninrichtingziekeninrichting;
- d.specialistische behandelingspecialistische behandeling, voorzover deze redelijkerwijs hier te lande te verkrijgen is;
- e.het verstrekken, vernieuwen of herstellen van kunstmiddelenkunstmiddelen, voorkomende op een bij landsbesluit vast te stellen lijst, welke medischmedisch noodzakelijk zijn voor herstel, het behoud of de bevordering van de arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid, voorzover die geschiktheid tengevolge van het ongevalongeval is verminderd;
- f.noodzakelijk onderricht in het gebruikgebruik van de sub e. bedoelde kunstmiddelenkunstmiddelen.
11. Op straffe van verlies van het recht op uitkering en verdere geneeskundigegeneeskundige behandelinggeneeskundige behandeling en verplegingverpleging, is de werknemerwerknemer verplicht te allen tijde onderzoekonderzoek en/of behandelingbehandeling door een door de werkgeverwerkgever daartoe aangewezen medischmedisch deskundigedeskundige toe te staan, op tijd en plaats door die deskundige aangegeven, de voorschriftenvoorschriften van die deskundige op te volgen en, behoudens, ingeval van een, niet in verband met het ongevalongeval staande nieuwe ziekteziekte, geen andere geneeskundige behandeling daarnaast te laten verrichten.
Deze verplichtingverplichting van de werknemerwerknemer komt te vervallen:
a.3 jaar na het ongevalongeval, dat blijvende gehele, of blijvende gedeeltelijke, arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid tengevolge had;
b.nadat de bij het achtste lid van dit artikel bedoelde toestemmingtoestemming is verkregen, of
c.nadat, ingevolge het zesde of zevende lid van dit artikel de uitkering is omgezet in een uitkering ineens.
12. Het recht op uitkering en verdere geneeskundigegeneeskundige behandelinggeneeskundige behandeling en verplegingverpleging vervalt, indien de werknemerwerknemer zich schuldig maakt aan gedragingen, waardoor zijn genezing wordt belemmerd.
13. Alle geschillen, voortvloeiend uit het in de vorige twee leden bepaalde, worden op verzoekverzoek van de meest gerede partij, beslecht door de in artikel 18, tweede lid, bedoelde "Commissie".
Artikel 7 1. Zowel de werkgeverwerkgever, als de werknemerwerknemer kunnen, indien arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid is aangenomen, binnen 3 jaar na het ongevalongeval vorderen, dat een eenmaal vastgestelde uitkering wordt herzien op grondgrond, dat de ongeschiktheidsgraadongeschiktheidsgraad is gewijzigd of onjuist is gewaardeerd. Indien een uitkering ineens is geschied, kan de vordering tot herziening alleen op een hogere ongeschiktheidsgraad dan aangenomen werd, worden gegrond.
2. (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d (Zie uitvoeringsbesluit S.B. 1981 no. 70 blz. 18)).
Wijziging van de ongeschiktheidsgraadongeschiktheidsgraad zal geen verhoging der uitkering tengevolge kunnen hebben, indien de wijzigingwijziging een gevolg is van:
a. opzetopzet of grove schuldschuld van de werknemerwerknemer;
b. een nieuw, hem overkomen, ongevalongeval, tenzij er sprake is van een ongeval, als bedoeld in artikel 4, eerste lid.
Artikel 8 Bij insolvabiliteitinsolvabiliteit van de werkgeverwerkgever worden de schadeloosstellingen opgenomen onder de bevoorrechte schulden op de goederen van de werkgever en wel voorzover betreft het Surinaams Burgerlijk Wetboek tussen 3 en 4 van artikel 1179.
Artikel 9 1. De uitkeringenuitkeringen zijn onvervreemdbaaronvervreemdbaar, niet vatbaar voor verpanding of belening, evenmin voor executionaalexecutionaal of conservatoirconservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslagfaillissementsbeslag, behalve tot verhaal van het verschuldigde wegens levering van levensbehoeften verstrekt aan degenen, tegen wie het beslag gedaan wordt en tot verhaal van onderhoudonderhoud, waartoe degene, die de uitkering geniet, bij de wet gehouden is.
2. Het in het eerste lid van dit artikel bepaalde geldt niet ten aanzien van de Surinaamse VolkscredietbankSurinaamse Volkscredietbank (Lid 2 is toegevoegd bij G.B. 1950 no. 62).
Artikel 10 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d (Zie uitvoeringsbesluit S.B. 1981 no. 70, blz. 18)) 1. De werkgeverwerkgever is verplicht het voor hem uit deze Landsverordening voortvloeiende risikorisiko te verzekeren bij een nationale verzekeringsbank, en bij gebreke van deze, bij een verzekeringsbedrijfverzekeringsbedrijf, dat naar het oordeel van de GouverneurGouverneur voldoende solidesolide is.
2. Indien het sluiten van een zodanige verzekering onmogelijk is, is de werkgeverwerkgever verplicht zijn risikorisiko ingevolge deze Landsverordening onder te brengen bij een bij landsbesluit aan te wijzen instelling.
De bepalingenbepalingen nopens deze instelling worden eveneens bij landsbesluit vastgesteld.
3. Het recht op assurantiepenningenassurantiepenningen is onttrokken aan het verhaal van de fiskusfiskus en andere krediteurenkrediteuren van de werkgeverwerkgever.
4. De in het eerste en tweede lid genoemde verplichtingverplichting geldt niet ten aanzien van de rechtspersonenrechtspersonen genoemd in de derde alinea van het derde lid van Artikel 1 en de door het Gouvernement van Suriname gesubsidieerde uitkeringsplichtige bedrijven, welke nader bij Landsbesluit zullen worden vastgesteld.
5. De werkgeverwerkgever is gehouden de ambtenaren bedoeld in artikel 12, op hun verzoekverzoek het bewijs te vertonen, dat hij aan de in het eerste of tweede lid van dit artikel genoemde verplichtingverplichting heeft voldaan.
De werkgeverwerkgever is voorts gehouden deze ambtenaren, op hun verzoekverzoek, volledige en juiste gegevens te verstrekken voor de premieberekeningpremieberekening en bovendien het bewijs te leveren, dat de werkelijk verschuldigde premie over de laatst verstreken verzekeringsplichtige periode, binnen drie maanden na afloop daarvan is voldaan.
Indien de werkgeverwerkgever in gebreke blijft aan het bovenstaande te voldoen, dan wel onjuiste gegevens verstrekt, kan op bevel van de Minister het bedrijfbedrijf van de werkgever worden gesloten of stopgezet, desnoods met behulp van de sterke armsterke arm, onverminderd het bepaalde in artikel 31 tweede lid.
6. Het bestaan ener verzekering als bedoeld in het eerste of het tweede lid, brengt mede:
a. dat de werknemerwerknemer, of de nagelaten betrekkingen de schadeloosstellingschadeloosstelling, waarop zij tegenover de werkgeverwerkgever recht kunnen doen gelden, binnen de grenzen der gesloten verzekeringsovereenkomstverzekeringsovereenkomst rechtstreeks van de verzekeringsinstelling kunnen vorderen;
b. dat de verzekeringsinstelling de uitkering rechtstreeks aan de rechthebbende, respektievelijk diens gemachtigde, kan doen geschieden en daarvoor overlegging kan verlangen van een door haar aan de rechthebbende, respektievelijk diens gemachtigde, te verstrekken legitimatiekaartlegitimatiekaart en desgewenst eenmaal per jaar overlegging kan verlangen van een attestatie de vitaattestatie de vita van de rechthebbende, dan wel van de vrouw een bewijs, dat zij niet hertrouwd is;
c. dat de rechten, welke de verzekerde werkgeverwerkgever bij deze Landsverordening zijn toegekend, uitsluitend door de verzekeringsinstelling kunnen worden uitgeoefend.
7. De werkgeverwerkgever, bedoeld in het vierde lid, kan voor de uitbetaling der door hem verschuldigde uitkeringenuitkeringen, overlegging verlangen van een door hem aan de rechthebbende, respektievelijk diens gemachtigde, te verstrekken legitimatiekaartlegitimatiekaart, en desgewenst eenmaal per jaar overlegging verlangen van een attestatie de vitaattestatie de vita van de rechthebbende, dan wel van de vrouw een bewijs, dat zij niet hertrouwd is.
Aangifte en onderzoekonderzoek
der ongevallen
Artikel 11
1 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. l64d).
Indien een werknemerwerknemer een ongevalongeval overkomt, als bedoeld in artikel 4, is de werkgeverwerkgever, of hij, die de werkgever ter plaatse van het ongeval vertegenwoordigt, verplicht te zorgen dat zodra de gevolgen van dat ongeval geneeskundigegeneeskundige hulp redelijkerwijs nodig maken, deskundigedeskundige hulp wordt verleend.
De werknemerwerknemer, wie zodanig ongevalongeval is overkomen, is ook, indien hij vemeent dat onmiddellijke geneeskundigegeneeskundige hulp niet vereist is, verplicht zo spoedig mogelijk de werkgeverwerkgever of degene, die hem vertegenwoordigt, van het hem overkomen ongeval kennis te geven.
2 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. l64d). De werkgeverwerkgever of hij, die de werkgever ter plaatse van het ongevalongeval vertegenwoordigt, is voorts verplicht binnen driemaal vier en twintig uren, nadat de gevolgen van het ongeval geneeskundigegeneeskundige hulp hebben nodig gemaakt, van het ongeval aangifteaangifte te doen door indiening van een ingevuld formulierformulier, door de GouverneurGouverneur vastgesteld en kostelooskosteloos verkrijgbaar gesteld:
a. te Paramaribo bij het Hoofd van de Dienst der ArbeidsinspektieArbeidsinspektie;
b. in de andere distriktendistrikten bij de betrokken ambtenaarambtenaar van de Dienst der ArbeidsinspektieArbeidsinspektie en bij het ontbreken van deze funktionaris bij de betrokken ambtenaar van de distriktsafdeling van Arbeid en Volkshuisvesting en indien deze ook mocht ontbreken, bij de Distrikts-KommissarisDistrikts-Kommissaris van het distrikt.
De ambtenaren, genoemd in sub b. van dit artikel zenden de aangifteaangifte door aan het Hoofd van de Dienst der ArbeidsinspektieArbeidsinspektie te Paramaribo.
De geneeskundigegeneeskundige vermeldt in de aangifteaangifte het tijdstip waarop hij eerste hulpeerste hulp verleent en zijn oordeel omtrent de tijd gedurende welke de werknemerwerknemer vermoedelijk, geheel of gedeeltelijk, arbeidsongeschikt zal zijn. Hij is mede verplicht zijn oordeel omtrent de aard van het letselletsel in de aangifteaangifte te vermelden, of dat oordeel binnen 24 uren, nadat hij de eerste hulpeerste hulp verleent, schriftelijkschriftelijk mede te delen te Paramaribo aan het Hoofd van de Dienst der ArbeidsinspektieArbeidsinspektie en in de andere distriktendistrikten aan de ambtenaren genoemd in sub b., die deze mededelingmededeling onmiddellijk doorzenden naar voornoemd Hoofd. De aangifte draagt de ondertekening van de aangever en van de geneeskundigegeneeskundige.
3. Omtrent de aangifteaangifte van ongevallen buitenslands kan de GouverneurGouverneur afwijkende voorschriftenvoorschriften geven.
4. Van de indiening der hiervoor bedoelde stukken wordt desgevraagd door, of vanwege de betrokken ambtenaarambtenaar een ontvangstbewijsontvangstbewijs afgegeven of toegezonden.
5. De verplichtingenverplichtingen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, bestaan slechts ingeval de werknemerwerknemer tengevolge van het ongevalongeval langer dan vier en twintig uren zijn normale werkzaamhedenwerkzaamheden niet heeft kunnen verrichten.
Artikel 12 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d) 1. In alle gevallen, waarin van landswege een onderzoekonderzoek nodig wordt geacht, in verband met de bepalingenbepalingen van deze Landsverordening, zijn tot het verrichten daarvan bevoegdbevoegd het Hoofd van de Dienst der ArbeidsinspektieArbeidsinspektie, en de daartoe aangewezen ambtenaren bij de Dienst der Arbeidsinspektie, en in de distriktendistrikten buiten Paramaribo, de ambtenaren van de distriktsafdeling van Arbeid en Volkshuisvesting, dan wel de betrokken Distrikts-KommissarisDistrikts-Kommissaris.
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zenden het procesverbaalprocesverbaal van onderzoekonderzoek zo spoedig mogelijk naar het Hoofd van de Dienst der ArbeidsinspektieArbeidsinspektie; bedoelde ambtenaren kunnen zich bij het onderzoek doen voorlichten door een of meer "deskundigendeskundigen".
Artikel 13 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d) Ieder is verplicht, wanneer een ongevalongeval heeft plaats gehad of, wanneer moet worden onderzocht of een ongeval heeft plaats gehad, alle daaromtrent verlangde inlichtingeninlichtingen te verstrekken aan de in artikel 12 bedoelde ambtenaren, desverlangd binnen een door hem te stellen termijntermijn.
Artikel 14 Ook zonder dat zij een aangifteaangifte, als bedoeld in Artikel 11, hebben ontvangen, zijn de, in artikel 12 bedoelde, ambtenaren bevoegdbevoegd tot het instellen van het bij dit artikel bedoelde onderzoekonderzoek.
Artikel 15 Ieder is bevoegdbevoegd van een ongevalongeval mededelingmededeling te doen aan de in Artikel 11, tweede lid, bedoelde ambtenaren, dan wel aan de Politie, die onmiddellijk de bedoelde ambtenaren daarvan in kennis stelt.
Artikel 16 De werkgeverwerkgever is verplicht een ongevallenregisterongevallenregister aan te houden, waarin worden aangetekend plaats, tijd en oorzaak van het ongevalongeval, naamnaam van de werknemerwerknemer, wie het ongeval overkomen is, naam van de geneeskundigegeneeskundige, die de eerste hulpeerste hulp verleende en van de geneeskundige, onder wiens behandelingbehandeling de werknemer daarna is geweest, eventuele getuigengetuigen en andere gegevens, welke bij deze Verordening zijn voorgeschreven en welke verder van belangbelang kunnen zijn.
Vaststelling der schadeloosstelling
Artikel 17 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d) Zo spoedig mogelijk na het ongevalongeval stelt de werkgeverwerkgever, in overeenstemming met het bij artikel 6 bepaalde, vast, waartoe de werknemerwerknemer of de nagelaten betrekkingen gerechtigd zijn en houdt daarvan aantekening in het ongevallenregisterongevallenregister.
Artikel 18 1. De in artikel 12 bedoelde ambtenaren hebben het recht de grootte der schadeloosstellingschadeloosstelling te kontroleren en daarop aanmerking te maken.
2. Indien belanghebbendenbelanghebbenden niet tot overeenstemming komen, wordt op verzoekverzoek van de meest gerede partij of de in het vorig lid bedoelde ambtenaren door de GouverneurGouverneur een Commissie van drie personen benoemdbenoemd, welke als bemiddelaarster optreedt.
3. Zodra een minnelijke schikking niet mogelijk is gebleken, bericht de Commissie zulks aan de partijen.
4. De werknemerwerknemer of diens nagelaten betrekkingen, die geen genoegen neemt (nemen) met des werkgeverswerkgevers uiteindelijke beslissingbeslissing, kan (kunnen) zijn (hun) aanspraken doen gelden op de wijze als bij artikel 21 bepaald.
Artikel 19 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d) De uitkeringsgerechtigdeuitkeringsgerechtigde wordt, door het ontvangen ener door de werkgeverwerkgever vastgestelde uitkering, niet geacht zijn rechten op het eventueel meerdere hem toekomende, te hebben prijsgegeven of daarvan afstand te hebben gedaan.
Artikel 20 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d)
1. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen tien dagen, nadat de behandelende geneesheergeneesheer bevindt:
a.dat de werknemerwerknemer niet of niet meer arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid is;
b.dat de werknemerwerknemer geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is;
c.dat er geen sprake is van een ongevalongeval in zin de dezer Landsverordening,
geeft hij daarvan aan de werknemerwerknemer en aan de werkgeverwerkgever schriftelijkschriftelijk kennis.
2. Tegen zijn uitspraakuitspraak bestaat binnen een maand na ontvangstontvangst der kennisgevingkennisgeving beroepberoep bij de in artikel 6, tweede lid bedoelde Commissie.
Deze Commissie beslist zo spoedig mogelijk na onderzoekonderzoek, partijen en de geneeskundigegeneeskundige mondelingmondeling of schriftelijkschriftelijk gehoord, bij gemotiveerde uitspraakuitspraak in hoogste instantieinstantie.
3. Het beroepberoep geschiedt schriftelijkschriftelijk en is gericht te Paramaribo aan het Hoofd van de Dienst der ArbeidsinspektieArbeidsinspektie en in de andere distriktendistrikten aan de ambtenaren genoemd in artikel 11, tweede lid sub b..
Deze zenden het beroepsschriftberoepsschrift onmiddellijk door naar het Hoofd van de Dienst der ArbeidsinspektieArbeidsinspektie, dat het stuk onverwijld ter kennis brengt van de Commissie.
Bij ter post bezorgde beroepschriften geldt het poststempel, bij de overige de aantekening van ontvangstontvangst op het stuk als datum van indiening.
4. Indien de beslissingbeslissing in beroepberoep een verandering brengt in het recht op schadeloosstellingschadeloosstelling, heeft zij te dien aanzien terugwerkende krachtterugwerkende kracht tot de dag van de kennisgevingkennisgeving als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
5. In geval de Commissie de verschijning van de werknemerwerknemer ter fine van onderzoekonderzoek gelast komen de kosten kosten:
a. indien de betrokken werknemerwerknemer hiertoe financieel in staat wordt geacht, te zijne laste;
b. indien hij on- of minvermogendminvermogend wordt gevonden, ten laste van het Land;
c. na een uitspraakuitspraak van de Commissie voornoemd, ten laste van de partij welke geheel of ten dele in het ongelijk wordt gesteld.
6. Indien beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, bepaalt de Commissie welk deel der kostenkosten elke partij zal dragen.
7. In geval de on- of minvermogende werknemerwerknemer geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, worden de in het vijfde lid bedoelde en door de Commissie begrote kostenkosten door de werkgeverwerkgever in 's Lands kas gestort.
Artikel 21
1. Iedere vordering krachtens de bepalingenbepalingen dezer Verordening wordt ingesteld en berecht op de wijze als bij het Surinaams Wetboek van Burgerlijke Rechtsverordening voorzien.
2. Behoudens het geval, voorzien bij artikel 7, vervalt ieder vorderingsrechtvorderingsrecht krachtens de bepalingenbepalingen dezer Verordening na verloop van een jaar na het ongevalongeval, of het overlijden van de werknemerwerknemer dientengevolge, c.q. na verloop van zes maanden, nadat door de in artikel 18, tweede lid, bedoelde Commissie is verklaard, dat een minnelijke schikking tussen werkgeverwerkgever en werknemer niet mogelijk is gebleken.
Mededelingen door de werkgeverwerkgever
te doen
Artikel 22
1. De werkgeverwerkgever is verplicht binnen een maand na de inwerkingtredinginwerkingtreding dezer Verordening aangifteaangifte te doen te Paramaribo aan de Direkteur van Sociale ZakenSociale Zaken en in de andere distriktendistrikten aan de betrokken Distrikts- Kommissaris van de plaats, waar en de wijze waarop hij zijn bedrijfbedrijf uitoefent. Deze leggen daarvan een lijst aan.
2. Hij is verplicht telkens binnen de tijd van een maand aan de in het vorige lid bedoelde ambtenaren aangifteaangifte te doen van elke verandering in een en ander, zomede van stakingstaking van het bedrijfbedrijf.
Bij gebreke van aangifteaangifte is de Direkteur van Sociale ZakenSociale Zaken bevoegdbevoegd de werkgeverwerkgever ambtshalveambtshalve op de lijst te plaatsen.
In dat geval doet hij daarvan de werkgeverwerkgever mededelingmededeling. Er is beroepberoep mogelijk op de GouverneurGouverneur, die in hoogste instantieinstantie beslist.
Artikel 23 Van elke overgang ener ondernemingonderneming in andere handen, doen de oude en de nieuwe werkgeverwerkgever binnen de tijd van een maand mededelingmededeling aan de ambtenaren in artikel 22, eerste lid, bedoeld.
Beroepsziekten
Artikel 24 1. Voor de toepassing dezer Verordening worden met de ongevallen, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub a. gelijkgesteld de in artikel 25 genoemde ziektenziekten, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers, die werkzaamwerkzaam zijn of geweest zijn in bedrijven, waarin de in dat artikel bij die ziekteziekte genoemde werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht en zij verband houden met de dienstbetrekkingdienstbetrekking in die bedrijven.
2. (Zie uitvoeringsvoorschrift G.B. 1947 no. 205 pag. 29) De ziekteziekte wordt, tenzij het tegendeel blijkt, geacht verband te houden met de dienstbetrekkingdienstbetrekking in een bedrijfbedrijf, als bedoeld in het eerste lid, indien zij zich gedurende die dienstbetrekking of binnen de bij besluitbesluit van de GouverneurGouverneur vast te stellen termijntermijn na het beëindigen dier dienstbetrekking openbaart.
3. (Zie uitvoeringsvoorschrift G.B. 1947 no. 205 pag. 29) Indien de werknemerwerknemer binnen de termijntermijn, bedoeld in het tweede lid, werkzaamhedenwerkzaamheden als bedoeld in artikel 25 heeft verricht achtereenvolgens in meer dan een dienstbetrekkingdienstbetrekking, wordt de ziekteziekte geacht een gevolg te zijn van de werkzaamheden, verricht in de laatst aangegane dienstbetrekking.
De ziekteziekte wordt evenwel geacht een gevolg te zijn van de werkzaamhedenwerkzaamheden verricht in de voorlaatste dienstbetrekkingdienstbetrekking indien zij zich openbaart binnen een bij besluitbesluit van de GouverneurGouverneur vast te stellen termijntermijn na de aanvang der laatste dienstbetrekking.
Artikel 25 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d) 1. Als ziektenziekten bedoeld in artikel 24, eerste lid gelden:
a. aandoeningen door loodlood of loodhoudendeloodhoudende stoffen, wanneer deze zich openbaren bij de werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij wordt omgegaan met lood of loodhoudende stoffenlood of loodhoudende stoffen;
b. aandoeningen door kwikkwik of kwikhoudende stoffenkwik of kwikhoudende stoffen, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarbij wordt omgegaan met kwik of kwikhoudende stoffen;
c. miltvuurmiltvuur, wanneer die zich openbaart bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij wordt omgegaan met aan miltvuur lijdende dieren of met van die dieren afkomstige bestanddelen of met goederen besmet door die dieren of door van die dieren afkomstige bestanddelen;
d. aandoeningen door koolmonoxydekoolmonoxyde, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij zich koolmonoxyde in schadelijkeschadelijke hoeveelheden kan ontwikkelen;
e. bakkerseczeembakkerseczeem, wanneer dit zich openbaart bij werknemerswerknemers in bakkerijenbakkerijen en/of meelfabrieken;
f. aandoeningen door methylchloridemethylchloride, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht in of aan koelinrichtingen, vriesapparaten, koelapparaten en ijskasten;
g. silicosesilicose met of zonder longtuberculoselongtuberculose, voorzover die silicose een beslissende oorzaak is van de arbeidsongeschiktheidarbeidsongeschiktheid of van de dood, wanneer deze ziekteziekte zich openbaart bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij de werknemers aan de schadelijkeschadelijke inwerking van kwartshoudendekwartshoudende stof zijn blootgesteld;
h. aandoeningen door tintin en zinkzink, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht met autogene lasapparatenautogene lasapparaten;
i. aandoeningen door arsenicumarsenicum of zijn verbindingen, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij wordt omgegaan met arsenicum of zijn verbindingen;
j. aandoeningen door fosforfosfor of zijn verbindingen, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij wordt omgegaan met fosfor of zijn verbindingen; k. aandoeningen door benzeenbenzeen of zijn homologenhomologen en de nitro- en amidoverbindingennitro- en amidoverbindingen daarvan, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij wordt omgegaan met benzeen of zijn homologen of de nitro- en amidoverbindingen daarvan;
l. aandoeningen door de halogeenderivatenhalogeenderivaten van koolwaterstoffenkoolwaterstoffen, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij wordt omgegaan met halogeenverbindingen van koolwaterstoffen;
m. pathologischepathologische aandoeningen tengevolge van radiumradium en andere radio-aktieve stoffenradio-aktieve stoffen;
X-stralenX-stralen; wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden
worden verricht, die hen aan de werkingwerking van radiumradium radio-aktieve stoffenradio-aktieve stoffen of X-stralenX-stralen blootstellen;
n. tuberculosetuberculose, wanneer die zich openbaart bij werknemerswerknemers, die werkzaamhedenwerkzaamheden verrichten, verbonden aan: geneeskundigegeneeskundige behandelinggeneeskundige behandeling en verplegingverpleging in ruime zin, het houden of exploiteren van nazorginrichtingennazorginrichtingen, medische consultatiemedische consultatie- en keuringsbureauskeuringsbureaus, en geneeskundige bacteriologische laboratoriageneeskundige bacteriologische laboratoria, het enquêterenenquêteren voor gezondheids- e.a. sociale organisaties, indien zij bij hun indiensttredingindiensttreding met gunstige uitslag onderworpen zijn geworden aan een geneeskundig onderzoekonderzoek, ten aanzien waarvan bij landsbesluit regelen kunnen worden gegeven;
o. huidaandoeningenhuidaandoeningen, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij wordt omgegaan met teerteer, bitumenbitumen, roetroet, pekpek, mineraal- oliënmineraal- oliën, paraffineparaffine of met verbindingen, produkten of overblijfsels van die stoffen;
p. huidaandoeningenhuidaandoeningen door cementcement, wanneer deze zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij wordt omgegaan met cement;
q. aandoeningen, ontstaan door inwerking met kunstmeststoffenkunstmeststoffen en van middelen tot bestrijdingbestrijding van de verwekkers van plantenziektenplantenziekten, tot bestrijding van onkruiden of tot bestrijding en afweer van schadelijk gedierte, indien deze aandoeningen zich openbaren bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij met die stoffen of middelen wordt omgegaan;
r. ziekteziekte van BangBang, wanneer deze zich openbaart bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarbij wordt omgegaan met aan besmettelijke abortusabortus Bang lijdende dieren, of met van die dieren afkomstige stoffen, of met goederen, besmet door die dieren, of door van die dieren afkomstige stoffen;
s. sarcoptessarcoptes-schurftsarcoptes-schurft, wanneer de ziekteziekte zich openbaart bij arbeiders in bedrijven, waarbij wordt omgegaan met aan sarcoptes-schurftschurft lijdende dieren of met goederen, besmet door die dieren;
t. trichophytietrichophytie, wanneer de ziekteziekte zich openbaart bij werknemerswerknemers in bedrijven, waarin werkzaamhedenwerkzaamheden worden verricht, waarbij wordt omgegaan met aan trichophytie lijdende dieren of met goederen, besmet door die dieren;
u. tuberculosetuberculose, in de bij dieren voorkomende variantenvarianten, wanneer die zich openbaart bij werknemerswerknemers die werkzaamhedenwerkzaamheden verrichten, verbonden aan bedrijven, inrichtingen of instituten, waarbij wordt omgegaan met aan tuberculose lijdende dieren, of met van die dieren afkomstige bestanddelen, of met goederen besmet door die dieren, of door van die dieren afkomstige bestanddelen.
2. Bij Landsbesluit kunnen de in het eerste lid genoemde beroepsziektenberoepsziekten worden aangevuld.
Artikel 26 Bij de toepassing van de artikelen dezer Verordening met betrekking tot de bij artikel 24 bedoelde ziektenziekten, wordt voor "ongevalongeval" gelezen "ziekteziekte".
Artikel 27 Bij besluitbesluit van de GouverneurGouverneur worden omtrent de aangifteaangifte (Model formulierformulier vastgesteld bij G.B. 1947 no. 170 pag. 25 en 26) van een ziekteziekte als bij artikel 24 bedoeld, omtrent de verplichtingverplichting van de werkgeverwerkgever tot het inroepen van geneeskundigegeneeskundige hulp en omtrent het onderzoekonderzoek naar aanleiding van een aangifte, regelen gesteld, welke van de hierboven ten aanzien van ongevallen gestelde, alleen kunnen afwijken, voorzover afwijking door het verschil in aard van beroepsziektenberoepsziekten en ongevallen gevorderd wordt (Zie uitvoeringsvoorschriftenuitvoeringsvoorschriften G.B. 1947 no. 204, pag. 27/28 en G.B. 1948 no. 70, pag. 30).
Algemene Bepalingen
Artikel 28 Ieder bedingbeding, dat de aansprakelijkheid van de werkgeverwerkgever ingevolge deze regeling uitsluit of vermindert, is nietig.
Artikel 29 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d) 1. De burgerrechtelijke verantwoordelijkheidverantwoordelijkheid van de werkgeverwerkgever voor schade, welke de werknemerwerknemer c.q. diens nagelaten betrekkingen, als gevolg van een ongevalongeval lijdt, wordt in de gevallen, waarin krachtens deze Landsverordening schadeloosstellingschadeloosstelling wordt verleend, opgeheven, behalve ten aanzien van de getroffene, wiens dagloon meer dan F. 20, bedraagt voor het meerdere en tenzij het ongeval bewezen wordt, veroorzaakt te zijn door misdrijfmisdrijf van de werkgever of van degene, die hem vertegenwoordigt.
2. Degene, die gehouden is tot vergoeding der schade door de werknemerwerknemer of diens nagelaten betrekkingen tengevolge van het ongevalongeval geleden, is voor het bedrag der schadevergoedingschadevergoeding, krachtens deze Landsverordening uitbetaald, aansprakelijk jegens degene te wier laste dat bedrag komt.
3. Bij de vaststelling der schadevergoedingschadevergoeding, welke de werknemerwerknemer of diens nagelaten betrekkingen van de in het tweede lid bedoelde persoon vorderen, wordt door de rechterrechter rekeningrekening gehouden met hetgeen door hem of hen krachtens deze Landsverordening wordt genoten.
4. Handelingen door of vanwege de werknemerwerknemer of diens nagelaten betrekkingen verricht, kunnen geen nadeelnadeel toebrengen aan de rechten van degenen te wier laste de schadevergoedingschadevergoeding, bedoeld in het tweede lid, komt, tenzij deze hun medewerking aan die handeling hebben "verleend".
Artikel 30 (Gewijzigd bij G.B. 1975 no. 164d) 1. Bij besluitbesluit van de GouverneurGouverneur kan de krachtens artikel 10 lid 1 verleende toestemmingtoestemming, om als verzekeringsbedrijfverzekeringsbedrijf op te treden, na voorafgaande waarschuwingwaarschuwing, worden ingetrokken, indien het verzekeringsbedrijf in het algemeen niet aan haar verplichtingenverplichtingen voldoet.
2. Hetgeen verder ter uitvoering dezer Verordening nodig is, wordt bij besluitbesluit van de GouverneurGouverneur "geregeld".
Strafbepalingen
Artikel 31 (Gewijzigd bij G.B. 1975110. 164d) 1. Met hechtenishechtenis van ten hoogste een maand of geldboetegeldboete van ten hoogste duizend gulden worden gestraft, het niet of niet tijdig nakomen van één der voorschriftenvoorschriften, in de artikelen 10, leden 1,2 en 5, 11, 16 1ste zinsnede, 20 eerste lid, 22 en 23 en van de voorschriften door de GouverneurGouverneur uit te vaardigen, krachtens het vierde lid van Artikel 11 en artikel 27.
2. Met dezelfde strafstraf wordt gestraft de werkgeverwerkgever die, nadat zijn bedrijfbedrijf op bevel van de Minister is gesloten dan wel stopgezet, zijn bedrijf voortzet of laat "voortzetten".
Artikel 32 (Gewijzigd bij G.B. 1975110. 164d) 1. Indien een bij, of krachtens deze Landsverordening strafbaarstrafbaar gesteld feitfeit wordt gepleegd door een rechtspersoonrechtspersoon, wordt de strafvervolgingstrafvervolging ingesteld en de strafstraf uitgesproken tegen de in Suriname gevestigde leden van het bestuur of bij ontstentenisontstentenis van die leden, tegen de vertegenwoordigervertegenwoordiger van de rechtspersoon in Suriname.
2. Het bepaalde bij het eerste lid vindt overeenkomstig toepassing ten aanzien van rechtspersonenrechtspersonen, die als bestuurderbestuurder of vertegenwoordigervertegenwoordiger optreden van een ondernemingonderneming.
3. Geen strafstraf wordt uitgesproken tegen het lid van het bestuur of tegen de vertegenwoordigervertegenwoordiger, van wie blijkt, dat het feitfeit buiten zijn toedoen is gepleegd.
Artikel 33 Met gevangenisstrafgevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboetegeldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft de werkgeverwerkgever, die opzettelijk geen aangifteaangifte indient van een ongevalongeval in zijn bedrijfbedrijf dan wel het ongevallenregisterongevallenregister als bedoeld in artikel 16 niet of onjuist invult.
Artikel 34 Met gevangenisstrafgevangenisstraf van ten hoogste een jaar wordt gestraft:
a. hij, die mondelingmondeling of schriftelijkschriftelijk, persoonlijk of door een bijzonder daartoe gemachtigde opzettelijk omtrent een ongevalongeval, dat overkomen is, of beweerd wordt te zijn overkomen aan een werknemerwerknemer, of omtrent de gevolgen van een dergelijk ongeval een valse verklaringverklaring aflegt aan de ambtenaren in artikel 12 bedoeld.
b. hij, die door een der in artikel 49 sub 2 van het Surinaams Wetboek van Strafrecht vermelde middelen de werknemerwerknemer of diens nagelaten betrekkingen opzettelijk beweegt geen gebruikgebruik te maken van een, hem volgens deze Verordening toekomend, recht.
Artikel 35 De bij deze Verordening strafbaarstrafbaar gestelde feitenfeiten worden beschouwd: die bij artikel 31 als overtredingenovertredingen; die bij artikel 33 en 34 als misdrijvenmisdrijven.
Artikel 36 Met het opsporen van de feitenfeiten, strafbaarstrafbaar gesteld in de artikelen 31, 33 en 34 zijn, behalve de bij artikel 8 van het Surinaaams Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de daartoe ingevolge artikel 12 aangewezen ambtenaren.
Artikel 37 De krachtens artikel 36 met de opsporingopsporing der daar bedoelde strafbare feitenfeiten belaste ambtenaren hebben toegangtoegang tot alle plaatsen, waar enig bedrijfbedrijf wordt uitgeoefend.
Artikel 38 Wordt aan de hiervoor bedoelde ambtenaren de toegangtoegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke armsterke arm.
Artikel 39 1. In plaatsen in artikel 37 bedoelde, welke tevens woningen zijn, of alleen door een woning toegankelijk, treden zij tegen de wil van de bewoner niet binnen dan op vertoon van een schriftelijke bijzondere lastlast van, of vanwege de Procureur-GeneraalProcureur-Generaal voor geheel Suriname en wat de distriktendistrikten betreft van de Distrikts-KommissarisDistrikts-Kommissaris.
2. Van dit binnentreden wordt door hen een procesverbaalprocesverbaal opgemaakt en binnen tweemaal vierentwintig uren aan degene in wiens woning is binnengetreden, in afschriftafschrift medegedeeld.
Slotbepalingen
Artikel 40
Alle tengevolge van deze Verordening opgemaakte overgelegde stukken, verzoekschriftenverzoekschriften en beschikkingenbeschikkingen zijn vrij van het recht van zegelrecht van zegel.
Artikel 41 Deze Landsverordening kan worden aangehaald als "OngevallenregelingOngevallenregeling".
Artikel 42 Deze Landsverordening treedt in werkingwerking op een nader door de GouverneurGouverneur te bepalen tijdstip (In werking getreden op 1 januari 1948).
Gegeven te Paramaribo, de 10e September 1947. J.C. BRONSBRONS.
De wnd. Gouvernements-Sekretaris, A.J. MAYMAY
Uitgegeven, de 4de oktober 1947. De wnd. Gouvernements-Sekretaris, A.J. MAYMAY.
N.B.
De Landsverordening van 24 november 1975, waarbij een aantal wijzigingen in de OngevallenregelingOngevallenregeling 1947 zijn aangebracht, bepaalt als Slot- en Overgangsbepalingen het volgende:
"Deze Landsverordening treedt in werkingwerking op de dag na die van haar afkondigingafkondiging, met uitzondering voor wat betreft bedrijven van landbouwlandbouw, veehouderijveehouderij, tuinbouwtuinbouw en bosbouwbosbouw, dan wel bepaaldelijk aangewezen bedrijven van landbouw, veehouderij, tuinbouw en bosbouw, ten aanzien van welke bedrijven deze Landsverordening in werking treedt op een nader bij besluitbesluit van de GouverneurGouverneur vast te stellen tijdstip; tussentijds blijft voor deze bedrijven artikel 5 (oud) gelden".
Gegeven de Paramaribo, de 24ste november 1975. De GouverneurGouverneur van Suriname, JOHAN H. FERRIERFERRIER.
De Minister van Arbeid en Volkshuisvesting, F.R. FRIJMERSUMFRIJMERSUM.
De Minister van Justitie en Politie, E.A. HOOSTHOOST.
Uitgegeven te
Paramaribo, de 24ste
november 1975. De
Minister van Binnenlandse Zaken, C.D. OOFTOOFT.
N.B.
Voor bedrijven van landbouwlandbouw, veehouderijveehouderij, tuinbouwtuinbouw en bosbouwbosbouw geldt vooralsnog de oude tekst van artikel 5, luidende als volgt:
1. Uitkeringsplichtig zijn alle bedrijven, uitgezonderd de bedrijven van landbouwlandbouw, veehouderijveehouderij, tuinbouwtuinbouw en bosbouwbosbouw.
2. Indien in een bedriif, dat ingevolge het bepaalde bij het voorgaande lid niet uitkeringsplichtiguitkeringsplichtig is, mede werkzaamhedenwerkzaamheden warden verncht, overeenkomende met die in een uitkeringsplichtig bedrijfbedrijf, wordt het, doch uitsluitend ten aanzien van die werkzaamheden, beschouwd als een uitkeringsplichtig bedrijf, met alle gevolgen van dien.
|
|